MIJN AANPAK/visie op LESGEVEN
Ik ben in mijn muziekonderwijs meerdere methoden tegengekomen die bij het vioolspelen gevolgd worden. Voor het schrijven van mijn vioolmethodiek baseerde ik me voornamelijk op ervaringen uit het vioolonderwijs dat ik heb mogen ontvangen van mijn docenten op de Kunstuniversität Graz (Oostenrijk), op het Prins Claus Conservatorium Groningen en dat van diverse externe docenten op masterclasses en bij andere gelegenheden. Het systeem dat ik mijn methodiek heb verwerkt is voornamelijk op de praktijk gericht. Maar naar mijn mening en ervaring is het allerbeste dat ik een leerling kan geven, een aan het individu aangepaste, eigen benadering, die te persoonlijk is om volledig op papier uit te werken. Iedere leerling is een individu, met een eigen persoonlijkheid, zo ook ik als leraar.
Geen leerling is gelijk en muziekonderwijs waarin elke leerling hetzelfde wordt behandeld, volgens strakke regels, is in mijn ogen verkeerd onderwijs. Ik vat mijn taak als leraar serieus op en zie in elke leerling een nieuw vraagstuk, een nieuwe uitdaging. Iedere leerling heeft een eigen persoonlijkheid, een eigen karakteristiek, met een eigen aanpak van het instrument en van de muziek. Ik wil als leraar handelen naar dit inzicht. Ik wil een 'goed psycholoog' zijn. Ik wil ervoor oppassen dat ik de leerling niet ontmoedig en wil goed aanvoelen dat er momenten zijn waarop je bepaalde dingen mag corrigeren en dat er momenten zijn waarop ik dat beter niet kan doen. Ik heb het idee dat hier mijn kwaliteiten liggen. Het vermogen om nieuwe zaken in je op te nemen was bij mij als leerling soms ook beperkt en een te ambitieuze poging van mij als docent om te veel tegelijk te verbeteren, zal negatieve resultaten kunnen geven of een blokkade veroorzaken.
Ik vind het lesgeven een uitdaging en zal daarbij veel energie besteden aan het aanmoedigen van de leerling en de leerling zelfvertrouwen geven. Daarbij moet ik in elke situatie aanvoelen of het nodig is om de leerling moreel te steunen door hem aan te moedigen en te prijzen, of dat ik beter streng en kritisch kan zijn. Ik merkte dat mijn stage leerlingen opbloeide wanneer ze geprezen en aangemoedigd werd. Bij anderen kan dezelfde behandeling averechts werken, doordat ze gaan verslappen. Te snel zelfvertrouwen aankweken kan bijna net zo gevaarlijk zijn als helemaal geen zelfvertrouwen geven. Dit heb ik als student zeker ook ondervonden.
Ik ben ervan bewust, vanuit mijn eigen ervaring als muziekstudent en uitvoerend musicus, dat je steeds stadia doormaakt en dat je in ieder stadium weer anders reageert. Ik zie het als een uitdaging om te ontdekken in welke periode de leerling extra productief is en om daarvan zoveel mogelijk zien te profiteren. Zowel bij het lesgeven als bij het studeren moet er ook een evenwicht bestaan tussen opbouwen en interpreteren. Dit vond ik tijdens mijn eigen studie aan het conservatorium één van de moeilijkste zaken. Wanneer ik me als student voornamelijk concentreerde op het interpreteren, dan had dat tot resultaat dat mijn techniek verwaarloosd werd, terwijl als ik me alleen met technische factoren bezighield, mijn fantasie achteruit ging, net als mijn vermogen tot spontaan musiceren (improviseren). Ik vond het in het begin van mijn studie ook moeilijk om hier een balans in te vinden, nu wil ik mijn leerlingen hier graag in ondersteunen.
Na mijn afstuderen aan het Prins Claus Conservatorium ben ik me blijven ontwikkelen, als uitvoerend musicus en als leraar. Ik wil mijn muzikale groei niet verwaarlozen, het ontwikkelen van techniek en samenspel blijft daarbij op de voorgrond staan. Daarnaast wil ik mezelf (en mijn leerlingen) meer aanmoedigen en inspireren tot een eigen vertolking van muziek. Ik zie het dan ook als voornaamste uitdaging om zowel muzikaal als technisch op eigen benen te staan. Daarnaast wil ik ernaar streven om het repertoire zo gevarieerd mogelijk te maken. Met een breed repertoire kan ik een eenzijdige ontwikkeling voorkomen. Dit geldt ook mezelf als musicus, maar ook als leraar: dat ik als leraar een diepgaande kennis van het instrument moet hebben, spreekt vanzelf. Mijn horizon mag zeker niet beperkt blijven tot het (alt-)viool repertoire. Als dit wel zo zou zijn, dan zullen mijn adviezen op het gebied van interpretatie en muzikaliteit veel te wensen overlaten. Bovenal wil ik vooral liefde en oprecht enthousiasme voor mijn werk hebben. Goéd musiceren en lesgeven vraagt van mij een mate van toewijding die ik alleen kan opbrengen als ik mijn vak met hart en ziel beoefen.
Noémi Lak © 2020